Het verhaal van: Opa Hans

Granny's Finest_Het verhaal van Opa HansMet een adembenemend uitzicht over de stad Rotterdam op de achtergrond doet hij nog snel een andere trui aan. Samen met zijn bijpassende sokken en warme, gulle glimlach staat de trui Hans Valenti Clari-Lezer perfect. Hans is één van de twee mannen van alle handwerkclubs van Granny’s Finest en vertelt op tien hoog verhalen over een kleurrijk leven dat nauw verweven is met een liefde voor handwerken. Ookal is hij als man tussen de grannies in de minderheid, de enige breiende man in Nederland is hij volgens hemzelf niet. “Maar wel de enige die er voor uitkomt”, knipoogt hij.

Wanneer bent u begonnen met breien?
“Ik was negen jaar toen ik begon met breien. Ik ben in de Hongerwinter van 1945 geboren. Van februari tot aan de bevrijding was er bijna niets te eten, waardoor het met mij als kind erg tobben is geweest. Toen ik negen jaar was heb ik een ongeluk gehad en zat ik met mijn been in het gips, waardoor ik niet naar school kon. Wij hadden mijn oma in huis, en ik kon alleen met mijn handen wat doen, verder niets. Mijn moeder maakte een groot deel van mijn kleding, maar het was mijn oma die mij toen heeft leren breien. Het eerste wat ik breidde was een pannenlapje met een blokjespatroon van vijf steken recht en vijf steken averecht. Rond dezelfde tijd ben ik ook begonnen met haken. Er is nog een verhaal dat ik graag vertel over hoe ik aan de brei gekomen ben.”

Vertel!
“Toen ik loopgips kreeg kon ik weer naar school. Op mijn school twee straten verderop in Spangen deden de jongens aan gymnastiek en de meisjes aan handwerken. Maar ik kon moeilijk naar gymnastiek met mijn been tot zo ver in het gips. Dus ik ging naar de juffrouw toe, en vroeg haar: ‘Ik kan niet naar gymnastiek, maar mag ik mee naar handwerkles?’ Toen is dat mens in lachen uitgebarsten en ik ben gewoon voor haar blijven staan, stel je voor, zo’n mannetje van bijna tien jaar. Toen ze uitgelachen was, zei ze: ‘Ja, waarom eigenlijk niet?’ Dus ik ging met de meiden handwerken, kleedjes borduren, poppenmutsjes maken, tot een handwerktas toe. Ik was in die tijd vrij handig met de naaimachine van mijn moeder. Als er dan ergens voering in gemaakt moest worden, heb ik dat op de naaimachine thuis gedaan, terwijl de meiden het allemaal met de hand moesten doen (lacht). Alles wat de meisjes maakten werd met een naamkaartje eraan tijdens de ouderenavond op school op lange tafels tentoongesteld, en wat ik had gemaakt lag er dus ook bij. Toen zei de leraar: ‘Hans, dat heb je mooi gemaakt, wat voor cijfer heb je gekregen?’ Toen ik hem vertelde dat ik geen cijfer gekregen had voor handwerken, zei hij: ‘Krijg jij van mij een cijfer’. Hij schreef een 11 op mijn rapport. Dat vind ik nog altijd zo leuk.”

Granny's Finest_Het verhaal van Opa Hans_4
Hans als kind met zijn moeder (zijn kleertjes zijn door haar gemaakt) / Hans als jongeman (met een jas die door zijn moeder is gemaakt) 

Heeft u sindsdien altijd gebreid?
“Nee, niet altijd. Ik was een net kindje, ik was beleefd. Ik had geleerd met twee woorden te spreken en als ik mensen een hand gaf ze echt aan te kijken. Dus ik was een goed opgevoed kind met manieren. Die manieren heb ik pas overboord gegooid toen ik in de puberteit kwam (lacht). Met het breien heb ik die jaren niets gedaan, want als tiener staat je hoofd daar niet naar, dan ga je niet zitten breien. Maar toen ik vierentwintig jaar was had ik geen zin om me te vervelen, dus heb ik een klosje katoen gekocht en heb ik een paar pannenlappen gehaakt. Ik frunnik van alles, ik kan niet niksen. Als ik niet aan het handwerken ben, dan verzamel ik filmmuziek, ga ik met mijn man Roberto naar ons lievelingscafé of maak ik films. Ik ben nooit geremd, ik kan in de tram zitten en zo met iemand een gesprek beginnen over de meest uiteenlopende dingen.”

Hoe bent u bij Granny’s Finest terecht gekomen?
“Mijn moeder breidde altijd sokken voor mij, en ik draag nog steeds de sokken die mijn moeder gemaakt heeft. Toen ik ze op een gegeven moment zelf wilde leren maken, bedacht ik dat ik wel lang naar die sokken kon zitten kijken, maar dat ik toch niet wist hoe het moest. Dus ik had een patroon nodig. Drie jaar geleden liep ik langs de Granny’s Finest winkel die toentertijd op de Karel Doormanstraat zat. Daar zag ik ze breien, dus ik liep naar binnen om te vragen of ze patronen verkochten. Ze vertelden mij dat ze die niet verkochten, maar dat ze daar wel gezellig zaten te breien, dus ik zei: ‘Goh, wat leuk, dat kan ik ook’. Jip zei tegen me dat ze daar elke vrijdagmiddag waren en dat ik mijn breiwerk maar eens mee moest nemen. Toevallig had ik iets om handen, ging ik er naar toe en ben ik nooit meer weggegaan. Ik heb praktisch nog nooit overgeslagen. Toen ik er een keer niet was, kreeg ik allemaal smsjes waarin de dames vroegen waar ik was en hoe het met mijn man Roberto ging. Ja, ik heb er echt een heleboel vriendinnen bij.”

Granny's Finest_Het verhaal van Opa Hans_2Hans als tiener

Waarom gaat u graag naar Granny’s Finest?
“Ten eerste vind ik het super gezellig. De grannies zijn stuk voor stuk allemaal leuke vrouwen met eigen verhalen. We vertellen elkaar ontzettend veel en dat geeft al een band natuurlijk. Daarnaast geef je elkaar raad over breiwerk en ga ik er met plezier naartoe. En dat wil ik toch niet missen. Op de Karel Doormanstraat (voormalige locatie, red.) was het vooral super gezellig, omdat de mensen die langsliepen een man zagen breien en daarom allemaal naar binnen keken. Er zijn dames die echt heel serieus zijn, maar ik ben niet zo’n productief type dat zichzelf wezenloos zit te breien. Al heb ik al aardig wat stukjes ingeleverd, zoals strikjes en gehaakte collen genaamd Kniertje. Ik hou van een beetje afwisseling. Als ik iets gebreid heb dan wil ik ook weer wat haken. En ik ben inmiddels al heel wat sokken verder.”

Op welk handwerk bent u het meest trots?
“Het mooiste wat ik ooit gebreid heb, is een trouwjurk voor een aangetrouwd nichtje. Zij heeft een tekening gemaakt van hoe ze het wilde hebben, en ik heb de jurk gemaakt. Kort daarna was er een modeshow in Alphen aan de Rijn voor een grote club van 180 huisvrouwen. Daar heb ik de trouwjurk aan uitgeleend en hebben we een meisje gezocht die hem paste. Ik stond ook model in die show en ik had een mooi wit pak aan. Samen liepen we over het podium, toen de presentatrice van de modeshow zei: ‘Er is nog een verassing, dames: de bruidegom heeft de jurk gebreid.’ Toen stonden al die vrouwen op en kreeg ik een staande ovatie.”

Granny's Finest_Het verhaal van Opa Hans_3
Hans bij de modeshow in Alphen aan de Rijn als model / Hans bij de modeshow in Alphen aan de Rijn met de trouwjurk die hij gemaakt heeft.

Dit interview is gepubliceerd in Granny's Finest Magazine Nr. 4.
Meer interviews lezen? Klik dan hier!